Rijden op biobrandstof van bacteriën

Aardolie raakt op en benzineprijzen schieten omhoog. Gelukkig wordt er gewerkt aan een oplossing: biobrandstof.  Lin Lin (23) werkte tijdens haar stage van de Engelstalige variant van Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek (Life Sciences) mee aan de ontwikkeling van een alternatief voor fossiele brandstoffen: biobrandstof, die door bacteriën wordt geproduceerd.

Engelstalige opleiding

Lin Lin kwam speciaal naar Nederland voor de Engelstalige opleiding Life Sciences (afstudeerrichting biochemie). ‘De Life Sciences-technologie in China is nog niet zo ver, vandaar dat ik naar Europa wilde. En Nederland vind ik erg mooi, met zijn tulpen en molens.’
Afgelopen jaar liep ze stage bij onderzoeksinstituut Biocentre. Daar stond ze met haar neus boven op iets nieuws: het maken van biobrandstof uit olie die geproduceerd is door bacteriën.

Alternatieve brandstoffen

Talloze onderzoekers werken aan alternatieven voor de huidige brandstoffen. Logisch, want de oliebronnen raken snel op. Als we willen blijven autorijden, moet er dus iets nieuws komen. Vandaar het onderzoek naar biobrandstof. Biobrandstof wordt gemaakt uit planten, zoals maïs. Bacteriën helpen daarbij: ze zetten plantaardige suikers om in bio-ethanol, dat een goede basis is voor brandstof. Nadeel is wel dat je heel veel planten nodig hebt voor een beetje benzine. Daarom bedachten ze bij Biocentre iets anders. ‘We gebruikten de olie die bacteriën zelf produceren,’ vertelt Lin. ‘Eerst kweekten we bacteriën. Daarna bedachten we een manier om de olie te isoleren. Daarvan kun je brandstof maken die geschikt is voor automotoren.’

Mensen helpen

Toch ligt Lin’s hart bij meer menselijke zaken. ‘Deze opleiding vind ik vooral leuk omdat je van alles leert over het menselijk lichaam. En over de invloed van ziekte, medicijnen en voedsel op ons lichaam.’ Ze wil zich specialiseren in infecties en immunologie. ‘Mijn vader heeft een immuunziekte en ik weet dus hoe erg dat is. Ik hoop mijn steentje bij te kunnen dragen zodat mensen die ziek zijn, geholpen kunnen worden. Ook als onderzoeker in een lab kun je mensen helpen’.

Ze voelt zich al een echte onderzoeker. ‘Ik ontdek graag nieuwe dingen. Soms baal je – je snapt dan echt niet waarom een experiment maar niet wil lukken. De kunst is om dan vol te houden. Ik denk altijd: ik heb zelf voor dit probleem gekozen, nu zal ik het oplossen ook! En als het dan uiteindelijk lukt, is dat fantastisch.’