Wat vind jij?

Werken aan misdaad - Proef website Proef.info Verhalen

Werken aan misdaad

Een been met een voet eraan wordt uit de gracht gevist. Van wie is het, wat is de doodsoorzaak en op welke plek is deze persoon overleden? Een mooi project voor Forensisch Onderzoek. Tweedejaars Berdien van Groningen (19) ging aan de slag.

“Als forensisch onderzoeker houd je je bezig met sporen op de ‘plaats delict’ (PD), de plek waar mogelijk een misdrijf heeft plaatsgevonden. Die sporen onderzoek je in het laboratorium. De uitkomsten van het onderzoek helpen bij het opsporen van daders of de oorzaken van (mogelijke) misdrijven. Tijdens dit project kwam ik er al snel achter dat hier veel meer bij komt kijken dan je misschien in eerste instantie zou denken….”

Teamwork

“Je werkt altijd in een team aan een project. Zo’n team bestaat uit vier of vijf studenten. Je begint met het schrijven van een plan van aanpak. Dan verdeel je de opdracht in verschillende taken. Wat gaan we doen, wie doet wat, wat zijn de deadlines? Je hebt bij deze opleiding niet de hele week contacturen, dat wil zeggen uren die je op school moet zijn. Je moet veel zelf doen. Dat betekent dat je één dag in de week vrij bent. In het begin denk je: leuk, maar je moet ook echt wat doen. Dat kan zijn iets uitzoeken, een boek of papieren doorlezen of feedback geven op verslagen van andere teamleden.”

Onderzoek

“Bij elk misdrijf gaat een forensisch team terug naar het plaats delict. Voor dit project is het PD in scène gezet. Op verschillende plekken is belangrijke informatie te vinden. Zie je alles, ga je zorgvuldig om met de sporen? Dat is belangrijk. We vinden een voet met een schoen, er zijn schoenafdrukken en maden. Ieder teamlid doet wat: de fotograaf legt alles vast, de notulist schrijft op wat er gebeurt, iemand stelt sporen veilig, iemand maakt schetsen van de situatie en weer iemand anders geeft materialen aan.”

Biologie

“De opleiding is opgedeeld in blokken van tien weken. Elk blok heeft een project, in dit geval dus ‘Been gevonden in de gracht’. Alle vakken, zowel theorie als practica, zijn hieraan gekoppeld. Tijdens Biologie krijgen we les in DNA en verschillende soorten planten. Bijvoorbeeld waterplanten en diatomeeën. Een diatomee is een eencellige alg. Er bestaan duizenden verschillende soorten. Ze kunnen rond, ovaal of rechthoekig zijn, maar ook stervormige of driehoekig. Door onderzoek is bekend dat de populatiesamenstelling van algen op geen enkele plek precies hetzelfde is. Het is daarom zinvol om de soorten uit het lichaam te vergelijken met de soorten uit het water waar het slachtoffer uitgehaald is. Misschien blijkt dan wel dat het slachtoffer ergens anders is overleden.”

Pathologie

“Wat kan de doodsoorzaak zijn? Tijdens Pathologie leer je daar alles over. Dat gaat dan bijvoorbeeld over verwondingen en gifstoffen in het bloed. We zijn ook naar het AMC geweest. Daar zie je een lijk dat opengesneden is en een arts in opleiding vertelt daar iets over. Heel interessant.”

Practica

“We brengen veel tijd door in het Forensisch Lab. Tijdens een practicum hebben we een afdruk gemaakt van de gevonden schoen om zo te kijken of de schoensporen die gevonden zijn op de plaats delict overeenkomen met de schoen van het slachtoffer. Verder hebben we bekeken hoe diatomeeën, maden en bloed er onder de microscoop uitzien. Vliegenmaden, vliegenpoppen in vele kleuren, keverlarven, en andere insecten vertellen meer over een moord dan je denkt. Kleur, grootte en het stadium van de vliegenmaden die je aantreft op een lijk, zeggen veel over de tijd dat een lijk ergens ligt. In het lab worden de beestjes geteld, gemeten en gefotografeerd. Alles om misschien een stukje van de puzzel op te lossen.

Daarnaast probeerden we een DNA-profiel te maken zodat achterhaald kan worden van wie het been is. Er zijn veel ontwikkelingen op dit gebied. Met veel minder materiaal kun je tegenwoordig al een profiel maken. Je had vroeger een grote bloeddruppel nodig, nu is dat een heel klein beetje bloed.”

Gastcollege

“Gastsprekers vertellen hoe het in de praktijk is, wat ze meegemaakt hebben. De lezing van de patholoog was erg goed. Je moet er wel tegen kunnen natuurlijk, al die verhalen en plaatjes over lijken.”

Eindpresentatie

“Elke week schrijf je een practicumverslag en elke twee weken maak je een verslag over een tussentijdse opdracht. Dit kan zijn: welke scenario’s heb je tot nu toe bedacht en kun je deze onderbouwen? Van daaruit kun je verder werken. Deze verslagen vormen dan samen het eind(project)verslag. Je geeft uiteindelijk een presentatie voor de andere teams. Voor het projectverslag en de presentatie krijg je een cijfer. Over de theorievakken krijg je een toets. Als je het project hebt afgesloten met een voldoende krijg je meestal vijf studiepunten. Deze tellen weer mee voor het halen van dat jaar. Bij een practicum krijg je ook nog een beoordeling voor inzet, houding en betrokkenheid tijdens het project. Samen met de cijfers voor de verslagen is dat je eindcijfer.

Dossier onopgelost

“Tijdens het project leer je wat voor verschillende forensische fases er zijn en welke instanties erbij zijn betrokken. Ook leer je afwegingen maken. Wanneer zet je welke forensische techniek in. Of de zaak is opgelost? De diatomeeën hebben uitgewezen dat de persoon in het water is overleden. De voetsporen kwamen overeen met de schoen die we vonden op het plaats delict. Maar het DNA-profiel gaf geen volledig uitsluitsel over de identiteit van het slachtoffer.

De eigenaar van het been, de voet en de schoen is nog steeds onbekend…”